The Opposite Ends of a Continuum, 2018

Steel, wood, glass, neon, motor with reduction gear, magnets and iron dust (150x150x150 cm)

 

In De Rerum Natura, Lucretius describes the concept of clinamen principiorum, or the original deflection, as follows: The atoms fall into a dead straight trajectory through the void, under the influence of their own weight. But at indefinite moments and indefinite places, they show a minimal quasi-deviation, which is just sufficient to speak of a change in the balance'.

In this classical atomic theory, the formation of bodies from the primal atoms can only take place through an unforeseen and unpredictable disruption of the regularity. Anyone who examines the behaviour of the bodies and their movements will ultimately come up against extremely small but decisive swings, which give shape to the mighty machinery of natural laws that governs matter.

T.O.E.C. works on the basis of a similar principle; a neon-lit landscape in which circular movements are central, shows a dualistic, polarising interplay between magnets and iron powder. In addition to the regular movement, two independent variable forces work, which represent a play between a single orderly path being overlapped by chaotic twists and turns.

There is no beginning nor an end, what briefly takes shape falls apart again; T.O.E.C. embodies processes of creation and decay, renewal and loss.

 

NED.

In De Rerum Natura omschrijft Lucretius het begrip clinamen principiorum, ofwel de oorspronkelijke afbuiging als volgt: ‘De atomen vallen in een kaarsrechte baan door de leegte, onder invloed van hun eigen gewicht. Maar op onbepaalde momenten en onbepaalde plaatsen, vertonen ze een minieme quasi-afwijking, die juist voldoende is om van een wijziging van het evenwicht te spreken’.

In deze klassieke atoomtheorie kan de vorming van lichamen uit de oer-atomen alleen plaatsvinden door een onvoorziene en onvoorspelbare verstoring van de regelmaat. Wie de gedragingen van de lichamen en hun bewegingen onderzoekt stuit dus uiteindelijk op uiterst kleine, maar beslissende zwenkingen, die het machtige raderwerk van natuurwetten dat de materie bestiert zijn vorm geven.

T.O.E.C. werkt vanuit een vergelijkbaar principe; in een neon verlicht landschap waarbinnen kringvormige bewegingen centraal staan, is een dualistisch, polariserend samenspel gaande tussen magneten en ijzerpoeder. Buiten de regelmatige beweging werken twee onafhankelijke veranderlijke krachten, waarbinnen een ordelijk verloop kleine chaotische wendingen vrij spel hebben.

Er is geen begin en geen einde, wat kort vorm krijgt valt zo weer uit uiteen; T.O.E.C. belichaamt processen van ontstaan en vergaan, vernieuwing en verlies.